Skip to main content Skip to search Skip to header Skip to footer

Vlugge en totale genezing van een beroerte

De Christian Science Heraut - 1 januari 2013

The Christian Science Journal, 9.2012


Toen ik verleden jaar een woensdagavonddienst bijwoonde in de kerk, besloot ik een getuigenis te geven van een heel bijzondere gebeurtenis. Een paar maanden daarvoor had mijn zoon David me verteld over een jonge freelance journaliste die voor hem werkte, en gevangen genomen was door Libische militairen. Mijn zoon had me opgebeld om mij te vragen hem te ondersteunen in gebed, terwijl hij probeerde om zijn journaliste vrij te krijgen. Tijdens de zes weken van haar gevangenschap, bad ik voor haar vrijlating. Onder de meest merkwaardige omstandigheden werd ze overgebracht naar een privé villa in Tripoli, toen overgedragen aan de Hongaarse regering en uiteindelijk overgebracht naar Tunesië, waar ze in vrijheid werd gesteld.

Middenin het geven van mijn getuigenis, werd ik zelf geconfronteerd met een ernstig probleem. Ineens kon ik me niets meer herinneren. Ik kon mijn gedachten niet onder woorden brengen. Ik herkende mijn vrienden in de kerk wel, maar wist niet in welke relatie ik tot ze stond.

Na de dienst kwam de persoon die me naar de kerk had gebracht, me ophalen om me naar huis te brengen. Ik zat rustig op de achterbank, zodat hij niets van mijn moeilijkheden merkte. Diezelfde avond belde mijn zoon om te vragen hoe mijn dag was geweest. Ik kon met hem praten, maar niet op enig intelligent niveau. Bezorgd zei David dat hij de volgende dag zou langskomen om te zien hoe het met me was.

Mijn zoon en mijn dochter Barb vertelden me later, dat toen zij de volgende dag kwamen, ik in bed lag en nauwelijks bij kennis was. Zij namen me onmiddellijk mee naar een academisch medisch centrum voor een spoedonderzoek. Vanaf het moment dat zij in mijn appartement arriveerden tot de volgende drie weken, waarin ik eerst in het ene ziekenhuis was en later in een ander, heb ik geen enkele herinnering van de gebeurtenissen die plaatsvonden en moet ik vertrouwen op de verhalen die mijn kinderen hierover vertellen.

In het ziekenhuis vertelde de dokter aan mijn zoon en dochter dat ik een ernstige beroerte had gehad, alle normale waarnemende functies had verloren en tevens alle mogelijkheid tot het herinneren van woorden. Daar ik bijna negentig jaar oud was, waarschuwde de dokter Barb en David dat er maar weinig verbetering te verwachten was. Later leerde ik dat mijn kinderen in die tijd een enorme steun waren, mij met liefde verzorgden en mij iedere dag bezochten. Ik had ook veel andere bezoeken van liefdevolle vrienden, waarvan een mij de Christian Science bijbelles voorlas. En er waren twee logopedisten, door mijn zoon aangesteld, die mij opzochten. 

Voor deze gebeurtenis plaatsvond had ik een diepgaande studie gemaakt over het bewustzijn van God. Mijn moeder had mij eens een ongepubliceerde lezing gegeven, getiteld: “God, Gemoed, Bewustzijn”, toegeschreven aan Martha Wilcox, een medewerkster in de huishouding van Mary Baker Eddy, en later een leraar van Christian Science. Ik had het artikel vaak gelezen en goed in me opgenomen. Het was zeer verhelderend. De auteur liet zien, zoals Mary Baker Eddy dat ook duidelijk deed, dat het bewustzijn aan God toebehoort. Daar wij Gods weerspiegeling zijn, Zijn geestelijke idee,  weerspiegelen wij volledig het geestelijke bewustzijn. We kunnen geen ander bewustzijn hebben. Iets dat niet goed is of ongelijk is aan God (zoals angst of kritiek, of het geloof dat iemand ziek is), kan geen deel zijn van het ware bewustzijn en is daarom een vals geloof. Vals, omdat de bron ervan niet in God is, die uitsluitend goed is en Alles is.

Door constant vast te houden aan deze wetenschappelijke redenering, wordt het geloof in een ander bewustzijn vernietigd. Mary Baker Eddy schrijft in Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift: “Een geestelijke idee bevat geen enkel element van dwaling en deze waarheid verwijdert op de juiste wijze al wat schadelijk is” (blz 463).

Het resultaat van mijn studie was dat ik mij scherp bewust was geworden van wat ik dacht, en zo goed mogelijk alle verkeerde gedachten uit mijn bewustzijn had verwijderd. Niet alleen kritiek, maar ook irritatie, haatgevoelens, eigendunk, enzovoort. Dit had ik gedaan door iedere keer als er een foute gedachte in me opkwam, de waarheid te claimen dat er maar één Gemoed of God is – één bewustzijn. Ik kwam geleidelijk en nederig tot het inzicht dat de dwaling, of het kwaad, onpersoonlijk is, en leerde uitsluitend het goede in mijn gedachten toe te laten.

Op een nacht in het ziekenhuis, nadat ik in slaap was gevallen, werd ik me bewust van het feit dat ik me in een totaal donkere kamer bevond en dat er maar één raam in de kamer was. Voor dit raam hing luxaflex die ongeveer een centimeter licht rondom doorliet. Ik liep naar het raam en  opende met twee vingers de latten van de luxaflex. Ik keek in de ruimte ernaast, die prachtig verlicht was met zacht en toch stralend licht. Meer dan dat was er niet te zien. Ik zei tegen mezelf: “Dit is het bewustzijn van God, en ik weerspiegel dit allemaal.” En ik sliep door. De volgende morgen herinnerde ik me de vorige nacht; en ik was getroost, en voelde een stille vrede.

Mary Baker Eddy schrijft in Wetenschap en Gezondheid: “Eén ogenblik van goddelijk bewustzijn of het geestelijk begrijpen van Leven en Liefde is een voorsmaak van de eeuwigheid. Dit verheven inzicht, dat verkregen en behouden wordt wanneer de Wetenschap van het zijn is begrepen, zou de tussenruimte van de dood overbruggen met het geestelijk erkende leven en de mens zou zich ten volle bewust zijn van zijn onsterfelijkheid en eeuwige harmonie, waarin zonde, ziekte en dood onbekend zijn” (blz. 598).  Ik ben ervan overtuigd dat ik iets zag van dit goddelijk bewustzijn.

In de volgende twee dagen begon mijn herinnering terug te komen en binnen een week waren mijn mentale vermogens geheel hersteld.

Ik ben nu thuis in mijn eigen appartement, fit en gelukkig.

Mijn diepe dankbaarheid en liefde voor Mary Baker Eddy is grenzeloos. Zij ontdekte de waarheid van het universum en van de mens, en was wel bereid die ontdekking aan de wereld door te geven.


 

Vorig jaar, in het voorjaar en het begin van de zomer zagen mijn zuster en ik eerst de gevolgen van een ernstige beroerte bij onze moeder, en daarna waren wij getuigen van haar totale herstel. De neuroloog van de eerstehulppost waarschuwde ons dat beroerte slachtoffers  van de leeftijd van onze moeder (89 in die tijd), slechts zelden herstel van enig belang ervaren. Het hoofd van de logopedie die deze zaak behandelde – een landelijke bekendheid in spreektherapie – vertelde mijn zuster en mij dat hij nog nooit een genezing zoals deze had gezien. “Nooit. Niet één keer”. Een tweede logopedist aan wie wij vroegen wat de oorzaak kon zijn van het verbazingwekkende herstel van onze moeder, antwoordde mijn zuster: “Haar geloof. Zij is een patiënt die carrières verandert.”

Het is een wonder en een voorrecht om onze moeder terug te hebben.

Na de beroerte van mijn moeder, waarschuwden de doktoren mijn broer en mij dat zij nooit geheel zou herstellen. Ik dacht: “Jullie kennen mijn moeder niet. Ze is haar hele leven een Christian Scientist geweest. Je zult je ogen niet geloven.” In de volgende weken zag ik  de verbazing van de logopedisten toen moeder veranderde van iemand die niet in staat was om een woord te spreken tot iemand die hele conversaties hield. Een van hun vertelde me dat haar herstel een “wonder” was, dat zij toeschreef aan “haar geloof”. Dat was inderdaad het geval; en mijn broer en ik zijn o zo gelukkig dat moeder zich haar hele leven aan de principes van Christian Science heeft gehouden.

De missie van de Heraut

In 1903 stichtte Mary Baker Eddy De Christian Science Heraut, met het doel: “de universele werkzaamheid en beschikbaarheid van Waarheid te verkondigen” (My 353:14). De definitie van ‘heraut’ in een woordenboek: “voorloper – een boodschapper die vooruit is gestuurd om bekend te maken wat er gaat komen”, geeft een speciale betekenis aan de naam Heraut en wijst ons bovendien op onze plicht – de plicht van ieder van ons – om te zorgen dat onze Herauten hun taak vervullen, een taak die onafscheidelijk is van de Christus en werd aangekondigd door Jezus met de woorden: “Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15).

Mary Sands Lee, Christian Science Sentinel, July 7, 1956

Lees meer over de Heraut en zijn missie.